Archief voor de Categorie ruimtelijke ordeningsrecht

natuur in Nederland

Posted in gewoon een mening, politiek, ruimtelijke ordeningsrecht on november 27, 2009 by gerbrandkranendonk

Argarische ondernemers wordt het gebruik van hun land onmogelijk gemaakt vanwege een hoogveenplantje dat in Nederland beschermd moet worden maar in Duitsland nog steeds weggegraven wordt. Om de aanleg van een weg of verdieping van een watergang mogelijk te maken moet er natuur “gecompenseerd” worden. Dat betekent dat agrarische ondernemers uitgekocht moeten worden. Omdat te bereiken wordt er een bestemming op de grond gelegd die de grond van de agrarische ondernemer praktisch waardeloos maakt.

Financiële compensatie wordt aan de agrarisch ondernemers niet betaald. Conclusie: De aanleg van natuur wordt in Nederland betaald door agrarische ondernemers. Natuur waar mensen vervolgens niet in mogen wandelen of recreëren. En de belangrijkste exportsector van Nederland, de agrarische sector, wordt daarbij stukje bij beetje afgebroken.

Gaasperdam als Vrijstaat Amsterdam

Posted in amsterdam gewoon, amsterdam politiek, gewoon een mening, politiek, ruimtelijke ordeningsrecht on november 8, 2009 by gerbrandkranendonk

Gehoord in de Tolhuistuin op 4 november 2009:

bijlmer_station_cmarkhumphreys_grimshaw140408_1

De laatste avond in de reeks besprekingen van de negen maquettes in de Vrijstaat was gewijd aan het ontwerp van Alle Hosper. Haar maquette heeft betrekking op Gaasperdam en Gaasperplas. Jonas Straus van bureau Alle Hosper verklaarde het ontwerp waarbij verder gegraven wordt aan de Gaasperplas tot in de woonwijken, in een lucide, niet opgeklopte presentatie vol verrassingen. Verrassend, omdat zijn betoog doorspekt was met niet eerder gehoorde redeneringen, zoals over hoe uitbreidingsplannen van het nabijgelegen AMC een plek zouden kunnen vinden in de woongebieden en hoe deze decentralisatie en menging van wonen en werken tevens benut zou kunnen worden voor het graven van water in de wijk. Heel mooi allemaal, maar de kern van zijn verhaal was toch hoe, naar het voorbeeld van Jane Jacobs, een suburbane woonwijk in de stedelijke periferie meer vrijheidsgraden geboden kan worden opdat deze levendig en minder eenzijdig zich ontwikkelt en waardoor hij de dans van de grootschalige sloop ontspringt.

Onthullend waren de getoonde passages uit het bestemmingsplan waarin alles in de wijk tot in detail dichtgeregeld was. Werken was er uitgesloten. “Deze wijk heeft op deze wijze eenvoudig geen kans om zich te ontwikkelen.”

Vervolgens was het de beurt aan Jan Kleine, twintig jaar lang projectleider van De Blauwe Stad in Groningen, inmiddels betrokken bij Meerstad ten zuidoosten van de stad Groningen en bij De Groene Compagnie nabij Hoogezand-Sappemeer. Die grootschalige gebiedsontwikkelingen waarbij het graven van water (600 tot 900 hectare) het centrale thema is, legde hij voor ons aanstekelijk onder de loep. Als ervaren planoloog gaf hij ons zelfs hele praktische tips. Wij planologen moesten de bevolking heel goed duidelijk maken welke problemen we met de grootschalige aanpak wilden oplossen. En zo’n Vrijstaat, voegde hij toe, kon ons daarbij zeker helpen. En al helemaal in crisistijd moest je het maken. Quod non. Hier sprak iemand die in de veronderstelling verkeerde dat wij het ontwerp van Alle Hosper daadwerkelijk wilden realiseren. Arme bewoners in de zaal.

Rikkert van der Plas van het architectenbureau Attica was de derde spreker. Zijn betoog was zo mogelijk nog aanstekelijker. Als een ware performer nam hij ons moeiteloos door een diabestand van 150 lichtbeelden heen. We zagen Sausolito bij San Francisco, een hippie Vrijstaat in het water van de baai die allengs chiquer was geworden en waarvan de pieren uiteindelijk met hekken ontoegankelijk waren gemaakt.

“Dit zal de brandweer in Amsterdam nooit toestaan,” voegde hij er geregeld aan toe.

Daarna werden we lekker gemaakt met mogelijkheden van woonarchitectuur langs het water, aan het water, op palen in het water, drijvend in het water. De mogelijkheden leken schier onbeperkt. Wel was het duurder dan op het land bouwen en het vergde ook allemaal meer onderhoud, dat werd ons tussen neus en lippen wel duidelijk gemaakt. Ook toonde hij pecman-achtige strategieën waarbij men zelf zijn water moest graven en waarbij pioniers achteraf werden beloond met de uiteindelijk mooiste plek in het water. Slim. Het was “an offer you can’t refuse.” Het duur de lang. Ondertussen wachtte ik gespannen tot de verkoop, later die avond, zou beginnen.

De tijd die overbleef voor een gesprek met de zaal was deels nodig om kou uit de lucht te halen. Eerst moesten alle diskwalifacties van Gaasperdam worden ingetrokken. Terecht, want Amsterdam Zuidoost wordt in dat opzicht al vijfentwintig jaar onheus bejegend. En ook was er de reactie van: we gaan hier toch niet weer problemen oplossen met grootschalige gebiedsontwikkeling? Jonas Straus probeerde uit te leggen dat hiermee grootschalige sloop juist voorkomen werd, maar dat vergde een vooruitziende blik en mocht dus niet baten. Vervolgens moesten we ons nog door de berg bezwaren heenworstelen. Daar was Willem Elsschot weer: “Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad staan wetten in den weg en praktische bezwaren…”; helaas misten we de rest van het gedicht: “en ook weemoedigheid die niemand kan verklaren, en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.”

Toen eenmaal de lucht was opgeklaard (figuurlijk dan, want buiten sloeg de bliksem geregeld in) kwam er interessante inbreng van de kant van de bewoners. Zij hadden voor Gaasperdam gekozen vanwege de ruimte en het groen. Ze wilden het overdadige groen niet inwisselen voor het water. En iemand achterin de zaal die kennelijk ook nogal skeptisch was, wist te vertellen dat een boerderij aan de Gaasp een zeilboot had gekocht om te gaan varen, maar dat daarvoor een vergunning bij het stadsdeel moest worden aangevraagd, welke was geweigerd, waarna de boerderij de boot aan deze mevrouw had doorverkocht.

Het bleek niet om een vaarvergunning te gaan, maar een vergunning om een steiger aan te leggen. Nee inderdaad, zo komt er zeker geen Sausolito in Amsterdam Zuidoost. Daarom nogmaals Elsschot: “Ik dacht: ik sla haar dood en steek het huis in brand/ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wassen/en rennen door het vuur en door het water plassen/tot bij een ander lief in enig ander land.” Dus, dacht ik, in dat geval realiseren we de droom van Alle Hosper maar op IJburg.

vrijstaatamsterdamgaasperplasklein

verslag van Zef Hemel.

watervrijstaat gaasperdam

Posted in amsterdam gewoon, amsterdam politiek, politiek, ruimtelijke ordeningsrecht on november 1, 2009 by gerbrandkranendonk

Woensdag 4 november: Watervrijstaat Gaasperdam
20 oktober 2009 – Marjolein van Vossen
‘Watervrijstaat Gaasperdam’

Watervrijstaat Gaasperdam laat een nieuwe visie zien op het herstruc­tureren van bestaande wijken. In de watervrijstaat Gaasperdam wordt de vernieuwing van de woningen overgelaten aan de bewoners. Zij krijgen de ruimte om in alle vrijheid hun woning uit te breiden. De openbare ruimte daarentegen wordt grondig herontworpen. Hierbij wordt het nabijgele­gen Vechtplassengebied als inspiratie gebruikt om Gaasperdam te veran­deren in een lommerrijk stadslandschap, waarbij het water tot in alle poriën van de wijk doordringt.

Programma:

· Zef Hemel (DRO)
‘Gaasperdam en de metropoolregio’

· Jonas Strous (Bureau Alle Hosper)
‘Watervrijstaat Gaasperdam’

· Jan Kleine (Bureau Pau)
‘Grootschalige functieverandering’

· Rickerd van der Plas (Attika Architecten)
‘Ontwerpen aan de waterwereld’

· Afsluitend debat

plaats: Overhoeks, voormalig bedrijfsrestaurant shell (paviljoen) omn 20.00 uur

Charles Landry: The creative city

Posted in Zonder categorie, amsterdam gewoon, amsterdam politiek, gewoon een mening, politiek, ruimtelijke ordeningsrecht on oktober 29, 2009 by gerbrandkranendonk

Charles Landry was deze maand in Amsterdam.

charles landry

De beroemde stadsvisionair gaf een lezing op de Nicis-conferentie. De Zuidas van Amsterdam kreeg er van langs: Bij het laten zien van dia’s van uitgestorven wandelpromenades tussen kille kantoortorens roept Landry: ‘Ze zijn vergeten hoe je straten maakt!’ Ik moest denken aan de Arena Boulevard, zelfde probleem.

Interessant aan het verslag in Binnenlands Bestuur voor Amsterdam als geheel, maar ook voor de Bijlmer Vernieuwing, is het volgende fragment uit een vraaggesprek:

Kent u andere Nederlandse steden dan Amsterdam?

‘Minder. Ik neem aan dat Amsterdam, door jullie korte afstanden, energie wegzuigt uit andere steden. Je zult zien dat Amsterdam daardoor wel steeds duurder wordt. Mensen kunnen er nu al geen huis kopen, ze zullen hun identiteit wel moeten koppelen aan andere plaatsen. dat kan, maar een gevoel van identiteit creëer je niet alleen met nieuwe hardware. Je moet de bewoners erbij betrekken.’

In Nederlandse probleemwijken proberen we van alles. Maar onderzoek wijst uit dat toevoeging van duurdere woningen in arme corporatiewijken contraproductief is, omdat de nieuwkomers de zwakkeren negeren. Anderzijds is het fenomeen buurtbarbecue ook besmet geraakt. Feesbudgetten zouden evenmin tot sociale integratie leiden.

‘Het heeft ook geen zin om mensen aan elkaar op te dringen. Veel immigrantenwijken lijden aan een gebrek aan sociale cohesie, maar je kunt niet zeggen: “Het is onderhand tijd dat u eens een moslim leert kennen”. Je moet functionele verbanden scheppen.’

Hoe moet dat dan?

‘Betrek bewoners bij de vernieuwing van hun wijk. Laat ze mee-ontwerpen en mebouwen, desnoods voorbij het punt van functionaliteit. Gewonen mensen hebben zoveel ideeën: misschien willen ze een ander soort speelterrein, misschien een gemeenschappelijke wasruimte, misschien veranderingen aan hun woningen. Het hoeft niet allemaal mooi en af te zijn, als het maar van hèn wordt. Betaal bewoners desnoods een klein bedrag om actief mee te werken. De renovatie gaat langzamer, maar de wijk krijgt veel meer betekenis en identiteit.’

Is de focus op wijkniveau nog wel zinvol? Mensen leven zo mobiel en vluchtig.

‘Juist in dit vluchtige tijdperk willen mensen zich verbinden met een speciale plek. Dat kan ook in een immigrantenwijk. Concentratie van etnische minderheden is ook niet per definitie verkeerd, je voelt je prettiger tussen mensen die je begrijpt. Maar het moet niet leiden tot afzondering. Verbindingen zijn essentieel. In Birmingham hebben we straatarme buitenwijken, waar veel Sikhs en Afrikaans-Caribische immigranten wonen. Er is daar geen metro, ze komen hun wijk niet uit en niemand gaat daarheen. We werken daar nu met de slogan: Connected Neighbourhoods.’

Investeren in openbaar vervoer?

‘misschien, maar niet per se. Als een arme wijk geïsoleerd achter een snelweg ligt’ (Landry schetst de contouren), ‘dan kun je er misschien een brede brug over die weg bouwen, met etnische winkeltjes erop aan beide kanten’ (hij krabbelt het plaatje verder vol). ‘Dat kan een ontmoetingsplek worden, een toeristische trekpleister zelfs. Je moet als stadsbestuur alert zijn op fysieke barrières. De geografie van een plek kan mentale barrières opwerpen.’

kosten voor bouwplannen 2 maal in rekening?

Posted in ruimtelijke ordeningsrecht on maart 3, 2009 by gerbrandkranendonk

Als je als burger of als ondernemer iets wilt bouwen, afwijkend van wat er voorheen stond, dan heb je, als je daar een bouwvergunning voor moet aanvragen, te maken met een door de gemeente te nemen besluit om af te wijken van de ruimtelijk vastgelegde situatie. Dit was tot 1 juli 2008 een vrijstelling van het bestemmingsplan, sinds 1 juli 2008 heet dat een ontheffing. Als een ontheffing niet mogelijk is, dan wordt een aanvraag om bouwvergunning automatisch beschouwd als een verzoek tot het nemen van een projectbesluit.
Bij grotere bouwplannen moet de gemeente over het algemeen kosten maken. Bij de oprichting van bijvoorbeeld een nieuw kantoorgebouw maakt de gemeente bijvoorbeeld kosten voor de aanleg van een nieuwe rioolaansluiting, aan te leveren onderzoeken, het overdragen van openbare grond, de vergoeding van planschade aan omwonenden, etcetera. Sinds 1 juli 2008 gelden er hier nieuwe regels voor.
Als burger of als ondernemer kun je geconfronteerd worden met drie vormen van kostenverhaal:
1. Via de baatbelasting
2. via het projectbesluit of de herziening/wijziging van het bestemmingsplan (via de Wet ruimtelijke ordening, de Wro) of
3. via de bouwvergunning (leges).

1. De eerste vorm van kostenverhaal (de baatbelasting) is over het algemeen alleen aan de orde als het gaat om een door de gemeente zelf geïnstigeerde ontwikkeling buiten het bouwplan om, bijvoorbeeld als er een weg in zijn geheel opnieuw verhard wordt en de omwonenden via het profijtbeginsel belast moeten worden met de kosten van de verharding, dan kan dit door middel van de baatbelasting. De baatbelasting kan niet meer gebruikt worden, als voor het verhaal van dezelfde kosten al een overeenkomst is gesloten of als er een exploitatieplan is opgesteld. Dit sluit niet uit dat de gemeente een nieuw bouwproject, dat bijvoorbeeld leidt tot de noodzaak de straat open te gooien voor een nieuwe aansluiting op het riool, aangrijpt om bijvoorbeeld meteen de gehele straat opnieuw te bestraten. Doordat nu niet alleen de eigenaar van het nieuwe gebouw baat heeft bij de nieuwe bestrating maar ook de andere omwonenden, worden de kosten voor de realisatie van de nieuwe bestrating, kosten die in eerste instantie beperkt waren tot een lokaal herstel van de weg, uitgesmeerd en verdeeld over een aantal jaren en over meerdere personen.

2. Voor grotere bouwplannen die daartoe aangewezen zijn door de minister (bijvoorbeeld de bouw van één of meerdere nieuwe woningen) en waarvoor een ruimtelijk afwijkingsbesluit nodig is, moet kostenverhaal plaatsvinden via de Wro (middels een overeenkomst of een exploitatieplan) en niet met aanvullende leges.

De gemeente doet dit bij voorkeur met een overeenkomst met de persoon of instantie die wilt bouwen. Op deze manier wordt het kostenverhaal afgewenteld via het private spoor van het kostenverhaal.
Als zo’n overeenkomst voorziet in waarborging van het kostenverhaal, dient de gemeente bij vaststelling van het projectbesluit of bestemmingsplan ook expliciet besluiten af te zien van een exploitatieplan (onder verwijzing naar de overeenkomst). Als kostenverhaal niet gewaarborgd is, moet de raad verplicht een exploitatieplan vaststellen, als hij desondanks verder wil met de ruimtelijke procedure. De gemeentelijk apparaatskosten en de andere toepasselijke kosten moeten via de Wro worden verhaald.

3. Nadat er een besluit over kostenverhaal via het stelsel van de Wro is genomen (via instemmen met overeenkomst of vaststellen van exploitatieplan), kan de gemeente niet nogmaals kostenverhaal via de leges in rekening brengen. Dergelijk dubbel kostenverhaal kan worden voorkomen door de heffingsambtenaar een besluit te laten nemen tot vrijstelling van de leges. De nieuwe legesverordening van Gemeenten bevat hiertoe per 1 januari 2009 een vrijstellingsbepaling waarmee een initiatiefnemer wordt vrijgesteld van leges als kostenverhaal via de Wro is geregeld. De apparaatskosten kunnen dus niet (nogmaals) via de leges in rekening worden gebracht.

Bij een besluit tot weigering is wel legesheffing mogelijk over de gemeentelijk apparaatskosten die zijn gemaakt. De legesheffing achteraf is fiscaal gezien geen probleem; de bevoegdheid tot heffing is (nog steeds) aanwezig. Ook communicatief gezien behoeft legesheffing achteraf geen probleem te zijn, omdat initiatiefnemer hierover reeds bij aanvang is geïnformeerd.