Archief voor de Categorie kale homo

Benno Premsela’s onontwijkbaar oordeel

Posted in kale homo on maart 15, 2008 by gerbrandkranendonk

 Sommige mensen, die je in je leven ontmoet, kunnen hun woorden schragen met onovertroffen inzicht of kennis van zaken.

Zo ook Benno Premsela.  

Ik ben nog steeds verdiept in de boeken die ik heb aangeschaft na het bezoek vorig weekeinde aan de tentoonstelling over Benno Premsela in De Bazel. Daarin staat veel lezenswaardig.

Wat mij treft is het onontwijkbaar oordeel van Benno Premsela, dat voor mensen voor eeuwig in hun geheugen staat gegriefd.  Ik wil het belang van de mens Premsela illustreren aan de hand van enkele voorbeelden.  

Caspar Broeksma vertelt over een gesprek over Gerard van het Reve  met Benno Premsela:

Legendarisch zijn de gesprekken bij Benno thuis aan de Keizersgracht 518. Het gesprek ging over Gerard van het Reve, die katholiek was geworden en van Amsterdam naar Greonterp was verhuisd met zijn nieuwe partner Teigetje. De week daarvoor was er een televisieprogramma uitgezonden over zijn leven op het platteland.

Benno vond het allemaal maar niks: katholiek worden, hoe verzin je het; naar Friesland verhuizen, belachelijk; koketteren met je homoseksualiteit, ouderwets. Ik vond het wel interessant wat Van het Reve deed en dus had je dan, met Benno als stimulerend middelpunt, een levendig gesprek. Hij vond vooral dat interieur in Greonterp maar niks, al die Mariabeelden, ‘al die katholieke kitsch, bah!‘ Ik vergoelijkte dat en toen werd de soep opgediend.

Het gesprek aan tafel ging vervolgens over heel andere dingen. Maar bij het dessert kwam Benno er weer op terug. In die televiesieuitzending waren ook beelden te zien geweest van Van het Reve in zijn werkkamer in Greonterp. En in die kamer met kale witte muren zat hij aan een eenvoudige houten tafel te schrijven met een kroontjespen en op die tafel lag een stapeltje blanco papier en verder niets. ‘Kijk’, zei Benno, ‘dat bewijst dat al die rommel onzin is, want anders had Van het Reve er ook in willen zitten werken.’  Het zei veel over Benno’s visie op mensen, over zijn visie op interieurs en over de kracht van zijn argumenten.  

geert Dales

Geert Dales kende Benno Premsela ook zeer goed.

Zoals Geert Dales ook vertelt:

Benno was het type bestuursvoorzitter waar directeuren blij mee zijn. De betrokken, deskundige adviseur en steunpilaar, maar ook de toezichthouder die tegengas biedt en tegelijk afwijkende opvattingen volop de ruimte geeft.  

Geert Dales vertelt over de kwaliteit van de discussies met Benno. Volgens Geert Dales ging je altijd met nieuwe of versterkte inzichten naar huis. Bijvoorbeeld dat je altijd open, onbevooroordeeld en met nieuwsgierigheid mensen tegemoet treedt.

Benno bracht dat eens heel indringend over aan een medepassagier tijdens een autorit naar Groningen.  Geert Dales zat aan het stuur. Op de achterbank zaten Benno en  een vriend van Geert. Die maakte zich op enig moment schuldig aan een bevooroordeelde mening over een persoon.

‘Hoe weet jij dat zo zeker?’, vroeg Benno.

Het antwoord beviel hem niet en dat liet hij duidelijk blijken. Een vinnige conversatie was het gevolg, met als slot Benno’s luidkeels geuite opvatting dat je nooit, maar dan ook werkelijk nooit met vooroordelen door het leven mag gaan. De felheid van het betoog, de oprechte verontwaardiging en de indringende manier waarop hij de boodschap bracht waren voor Geert Dales onvergetelijk.

Mooie man, die Benno Premsela. 

De citaten komen uit:“Een relatie met Ruimte” , geschreven door:

Erik Beenker, Friso Broeksma en 80 andere auteurs.

Benno Premsela: show yourself

Posted in kale homo on maart 9, 2008 by gerbrandkranendonk

Benno Premsela met het fotoboek van Robert Mapplethorpe 

Show Yourself.

Dat is de titel van de tentoonstelling die ik in De Bazel bezocht.

Deze tentoonstelling gaat over de één van de grootste Nederlandse vormgevers die Nederland heeft gekend, namelijk Benno Premsela. Er zullen niet veel mensen zijn, die in het leven nog dagelijks aan deze man denken, als ze hem al kennen. En toch komen we iedere dag met Benno in aanraking. Want deze man kon alles, had overal een mening over, en beïnvloedde daardoor vele mensen die nu nog een rol van betekenis spelen in de Nederlandse maatschappij. De manier waarop we tegenwoordig ons huis vormgeven, de lamp die we hebben staan, de wijze waarop wij ons leven leiden als homo: Het heeft allemaal zijn oorsprong in de geldingsdrang van Benno Premsela. 

Vlucht naar voren

Benno Premsela heeft, samen met zijn broer Boet, als enige van het gezin van zijn vader en moeder de oorlog overleefd. Zijn vader was een bekende arts die radiopraatjes hield. In een humanistische traditie groeide Premsela op. Zoals hij het zelf noemde: Een gratis treinkaartje voor het leven. Want hij werd niet aan de hand meegenomen door zijn ouders, hem werd geen religie of maatschappijvisie opgedrongen, hij kon zich ontwikkelen zoals hijzelf wilde.  

In de oorlog zat Benno ondergedoken, met zijn intuïtie wist hij op het juiste moment van onderduikadres te wisselen. Zoals hij later verklaarde: in de oorlog was ik vogelvrij op een negatieve manier, na de oorlog voelde ik mij vogelvrij op een positieve manier.

Hij koos na de oorlog voor de vlucht naar voren, hij had het gevoel dat hij niets te verliezen had. Wie leeft moet leven.  Al voor de oorlog had Benno Premsela een grote geldingsdrang, maar in de oorlog kreeg zijn ambitie pas echt vorm. Hij ontdekte dat hij homoseksueel was. Daardoor werd Benno niet alleen voor maar ook na de oorlog vervolgd, nu niet meer omdat hij Joods was maar omdat hij als een van weinige homo’s in Nederland openlijk voor zijn geaardheid uitkwam.  

Functioneel humanisme

Daarnaast vond hij zijn koers als vormgever. Hij kwam op de nieuwe Kunstschool van Paul Citroen en Charles Roelofsz in contact met zijn leraar Alexander Bodon. Tot 1943 wist Benno het op deze school te bolwerken, daarna moest Benno onderduiken. 

Al vóór de oorlog putte Benno zijn inspiratie uit het Nieuwe Bouwen en het Bauhaus. Maar ook vond hij inspiratie in het oosten, in de filosoof Krishnamurti.

Hij was heel veel te vinden in de door de Nieuwe Bouwen-architecten Johannes Brinkman en Leendert Cornelis van der Vlugt gebouwde Krishnamurti-tempel (aan de Tolstraat, nu openbaar bibliotheek).  Zoals Benno zelf zei: ‘Een prachtig nieuw, zakelijk gebouw. Dat het nieuw zakelijk bouwen een relatie aan kon gaan met de theosofie en met Krishnamurti verbaasde me niet. Luchtig – licht en leeg zijn voor mij de overeenkomsten tussen beide (…). Het Nieuwe Bouwen  en het Bauhaus zijn in mijn verder leven en werken een niet weg te denken referentiekader geweest.’ 

‘Daar was ik dus altijd’, aldus Benno, die zeer onder de indruk raakte van de leer van de theosofen. Krishnamurti hamerde op het volgen van jezelf, iedereen moest zichzelf verbeteren. Benno vond dat Krishnamurti hem – een jood en homoseksueel – geholpen heeft de op vernietiging gerichte druk van de maatschappij te weerstaan en een zekere vrijheid, hoe onvolledig dan ook, te verkrijgen. 

‘Door de oorlog te overleven had ik het gevoel dat me niets meer kon overkomen. Ik had letterlijk het gevoel: het ergste wat me had kunnen overkomen, is me niet overkomen. Ik was mijn angsten kwijt, voor wat dan ook. Al is de angst voor de dood me toch altijd bij gebleven. In plaats van naar achteren te vluchten deed ik een stap naar voren. Ik vlucht naar voren. Dat heeft mij enorm geholpen om allerlei dingen te doen waarvan iedereen riep: de moed die jij hebt gehad! Ik heb geen moed getoond, alleen mijn lafheid overwonnen. Je overwint je angsten.’  

In een gesprek met Bibeb gaf Benno aan dat ook schuldgevoel een rol speelde:‘Ik ben onder een gelukkig gesternte geboren. Ik heb altijd mensen ontmoet die veel voor mij betekend hebben. Dat is een van de bewijzen van de onrechtvaardigheid van het leven. Ik zie er geen verband in. Ik geloof… dat is mijn schuldgevoel… het feit dat ik misschien talent heb en dat ik de oorlog overleefd heb… daar is geen verklaring voor. Niet dat ik zo vreselijk onder mijn schuldgevoel gebukt ga, maar het is wel zo dat het stimuleert. Het besef dat ik een opdracht heb te vervullen komt uit dat schuldgevoel voort. De idee dat ik dóór moet gaan. Het feit dat ik leef moet een zin hebben, dat moet je waarmaken.’ “Nothing left to loose”, dat is vrijheid voor Benno Premsela.  

Voorvechter van homo emancipatie

Als hij om zou moeten kijken op zijn leven, dan zou dit het zwaarst voor hem wegen: wat heb je laten schieten, je eigen onvermogen, lafheden, de dingen die je had moeten doen en nagelaten hebt: ‘Dat knaagt aan me omdat je dat niet meer kunt inhalen.’  

Benno noemde als voorbeeld de oorlog: ‘Ik denk dat het buitengewoon onbegrijpelijk is dat ik in de oorlog niet actief iets gedaan heb, dat ik ben ondergedoken en ik vind het eigenlijk een verkeerde beslissing. Ik had iets moeten doen. Dat is toen absoluut niet boven gekomen bij me. (…) Maar dat is niet meer in te halen. Daar voel ik mij ontzettend in te kort geschoten.’ 

Misschien verklaart dit citaat het best de strijdbaarheid en vastberadenheid waarmee Benno Premsela na de oorlog alsnog “in het verzet” ging. Hij werd zich volop bewust van de verstikkende maatschappelijke verdrukking waar homoseksueel Nederland onder gebukt bleef gaan.  Homoseksualiteit was in Nederland volgens de heren dokters, artsen en professoren een geestelijke/mentale afwijking. Tot 1968 werd castratie gezien als mogelijk oplossing.

Pas in 1963 werd voor het eerst in de literatuur openlijk over homoseksualiteit gesproken. Dat was door Gerard Reve, in een brief in het blad Dialoog, dat later gebundeld zou worden in het boek “op Weg Naar het Einde”.   Toen waren homoseksuelen de paria’s van de maatschappij. Nu zijn homo’s algemeen geaccepteerd als gelijkwaardig aan hetero’s.

Dat is voor een belangrijke deel te danken aan Benno Premsela, die na de oorlog door de oprichting van de Shakespeare club en het COC (samen met Niek Engelschman, oftewel Bob Angelo) aan de wieg stond van de homo emancipatie.  Voor veel homo’s is het echter nog iedere dag een gevecht om geaccepteerd te worden. Wellicht kunnen zij inspiratie putten uit Benno Premsela’s strijd. Want hij stond open in het leven, durfde te twijfelen en keek niet achterom maar putte inspiratie uit zijn leven. Wees te tonen wie je bent. Maak van het leven een kunstwerk en geniet daarvan. 

Ik durf te stellen dat velen deze woorden van Benno Premsela, ook een kale homo, ter harte nemen.

En dat zij dit mede kunnen doen door de inzet en gedrevenheid van Benno Premsela, zonder dit echt te beseffen. 

Volgende keer een andere kale homo, zoals bijvoorbeeld Geert Dales. Hij zei over zijn contacten met Benno Premsela, dat hij hem bewonderde om zijn onbevangenheid: ‘Hij staat voor alles open en heeft niet op voorhand al zijn oordeel klaar. Ook als hem iets niet bevalt gaat hij eindeloos na of er toch niet iets in zit. Hij staat boven de partijen. (…) Daarbij gaat er iets dwingends van hem uit en is hij bijzonder scherp in zijn uitlatingen, waardoor hij je bewust of onbewust kan krijgen waar hij je hebben wil. Maar nooit krijg je het idee dat je iets door de strot wordt geduwd.’   

Alle citaten heb ik geput uit het boek:“Benno Premsela, voorvechter van homo-emancipatie”,

geschreven door: Bert Boelaars  

Nederland homovriendelijker

Posted in kale homo on maart 2, 2008 by gerbrandkranendonk

Boris van der Ham 

Oproep in Volkskrant: Maak Nederland homovriendelijker

In de Volkskrant van 27 februari 2008 verscheen dit opinieartikel waarin wordt opgeroepen tot een versterking van de positie van homo’s en lesbiennes. Het artikel kwam tot stand op initiatief van d66-kamerlid Boris van der Ham.

MAAK NEDERLAND HOMOVRIENDELIJKER

Deze week wordt er gesproken over de nota ‘Gewoon homo zijn’ van minister Plasterk. Het is goed dat dit onderwerp op deze integrale wijze is opgepakt. Toch ontbreken er in de nota een aantal cruciale elementen. Tijdens het debat in de Tweede Kamer verdienen die om opgepakt te worden.

Wat betreft homo-emancipatie heeft Nederland veel om trots op te zijn. Het burgerlijk huwelijk is opengesteld voor partners van gelijk geslacht, homoparen kunnen een kind adopteren en een grote meerderheid van de Nederlanders zegt homoseksualiteit als bestaanswijze te accepteren. Toch is er ook een andere kant. Het gevoel van onveiligheid onder homo’s en lesbiennes is de afgelopen jaren toegenomen en de homotolerantie onder bepaalde groepen allochtonen en autochtonen is nog steeds te laag. Bovendien is het voor jongeren nog steeds moeilijk om op school of bij sportverenigingen openlijk voor hun geaardheid uit te komen. De regering moet daarom fors inzetten om homofoob-gerelateerd geweld beter te registreren en te bestraffen, gebiedsverboden in te stellen voor daders en scholen bij te staan in het geven van voorlichting.

Maar ook binnen de wetgeving is er nog veel te overwinnen. Zo verdienen adoptierechten voor homo’s en lesbiennes blijvende aandacht, zoals het lesbisch meemoederschap. Nu dient de niet-biologische moeder van het stel het kind te adopteren, wat veel tijd en geld kost. Bovendien ontstaan er grote problemen met de rechtszekerheid van kinderen wanneer in de tussentijd de biologische of niet-biologische moeder komt te overlijden. Deze wetten moeten spoedig worden gemoderniseerd.

Een veel ernstiger tekortkoming in onze wetgeving vormen de huidige discriminatiebepalingen in de Algemene Wet Gelijke Behandeling. Die wet maakt het mogelijk voor het religieuze onderwijs om personen die openlijk voor hun geaardheid uitkomen te weigeren. Bovendien wordt in orthodox-christelijke kringen schoorvoetend gepoogd om homoseksualiteit bespreekbaar te maken, maar dat wringt dan des te meer met de sanctie die kan komen te staan op openheid hierover binnen een baan. Beide redenen genoeg om de wet aan te passen.

Tenslotte pleiten we voor een nog fundamentelere stap. De regering heeft in zijn beleidsprogramma aangekondigd te komen tot een herziening van de Grondwet. In dat kader pleiten wij er voor dat in artikel 1 van de grondwet homoseksuele gerichtheid als non-discriminatiegrond moet worden opgenomen. Instanties als de Commissie Gelijke Behandeling en het COC-Nederland pleiten hier al jaren voor en twee jaar geleden sloot ook het Sociaal en Cultureel Planbureau zich hierbij aan. Sinds de laatste Grondwetherziening in 1983 luidt artikel 1 als volgt: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” Wij stellen voor om hier aan toe te voegen “hetero- of homoseksuele gerichtheid”.

De grondwet heeft de afgelopen jaren een steeds sterkere rol gekregen als maatschappelijk baken in het publieke debat. Het opnemen van deze non-discriminatiegrond zal een sterke en blijvende impuls zijn voor homo-emancipatie. Naast symbolische waarde heeft opneming ook een juridisch effect. In 2006 stelde de ‘Commissie rechtsgevolgen non-discriminatiegronden Artikel 1 Grondwet’ dat expliciete benoeming in de grondwet positieve gevolgen kan hebben voor meer rechtsbescherming van homoseksuelen. Dat die bescherming nog niet vanzelfsprekend is blijkt wel uit het debat over de zogenaamde ´weigerambtenaren´; ambtenaren die weigeren huwelijken te sluiten van mensen van het gelijke geslacht. In ons huidige tijdsgewricht zou het niet geaccepteerd worden als een ambtenaar een huwelijk zou weigeren vanwege de religieuze of raciale oorsprong van de huwelijkskandidaten, maar waarom dan wel bij mensen van het gelijke geslacht? Gelovigen, mensen met een andere huidskleur en homoseksuelen, allen moeten zich in gelijke mate door artikel 1 beschermd weten en voelen.

Nederland is de afgelopen decennia in de wereld een voorbeeld geweest wat betreft homo-emancipatie. Alleen al om die reden heeft Nederland de morele opdracht om niet achterover te leunen, maar voort te gaan in het verbeteren van de positie van homo´s en lesbiennes.

Boris van der Ham (Tweede Kamerlid D66)
Geert Dales (Voorzitter College van Bestuur Hogeschool InHolland)
Claudia de Breij (cabaretière)
Johan Kenkhuis (voormalig Olympisch medaillewinnaar zwemmen)
Erwin Olaf (fotograaf)
Henk Krol (hoofdredacteur Gaykrant)
Ria van Oosten, (hoofdredacteur Zij aan Zij)
Tom Brouwers (voorzitter Homojongerenplatform)