Hoe is het om te wonen en te werken in de Bijlmer? Vandaag in deel 24: de terugkeer van De zilveren zomerkoning in Holendrecht.
Bea en Arie Stoker zijn terug op het Holendrechtplein. Met wapperende vlaggen op hun viskraam De zilveren zomerkoning en een feestelijke aanbieding: drie lekkerbekjes en een pot zure haring voor vijf euro. Bea laat de bossen bloemen zien die ze donderdag na de opening van de nieuwe viskar van de vaste klanten hebben gekregen. Er zit een kaart bij met een afbeelding van een hoefijzer en de woorden: veel sterkte.
Dertien weken geleden stond er ’s ochtends in alle vroegte een klant bij Bea en Arie voor de deur. Toen Bea opendeed, zei de man: ”Je kar staat in de fik.” Zij snel naar het winkelcentrum en inderdaad: haar viskraam was tot de grond toe afgebrand, inclusief alle handel. Onderzoek van de rokende resten wees uit dat de wagen die nacht op drie plaatsen was aangestoken.
Het kostte 250 euro om het wrak weg te laten slepen en Bea heeft zich flink in de schulden moeten steken om een nieuwe wagen te kopen. Dat wil zeggen: een knappe tweedehandswagen, op de kop getikt in Harderwijk. Het is een viskraam met frituurmogelijkheden, zodat het assortiment is verrijkt met kroketten, bamischijven en Vlaamse friet. Maar, zegt Bea er meteen bij, de kibbeling blijft huizenhoog favoriet.
Arie vertelt dat Bea op 25 maart 2005 is neergestreken op het Holendrechtplein. Nooit problemen gehad. Bea: ”Ik was huisvrouw en ik verveelde me thuis. Hier in het winkelcentrum was de viswinkel altijd dicht. Dat was een gat in de markt.” Bea staat vier dagen per week in de wagen, Arie springt in zijn vrije tijd af en toe bij. Bea: ”Arie is ambtenaar. Hij heeft eelt op zijn ellebogen. Maar elke avond loopt hij even met de hond langs de viskar.”
Wat de nieuwe wagen ook heeft: een brandwerende buitenkant en camerabewaking. De dader van de brandstichting is bekend, maar loopt vreemd genoeg nog steeds vrij rond. ”Er hebben zich twee getuigen gemeld. Eén van hen heeft nog gebeld met Meld Misdaad Anoniem. Het gaat om een jongen die eerder op de avond was geweigerd in het café in het winkelcentrum omdat hij nog geen achttien is. Daar was hij chagrijnig van geworden.”
Bea stelt dat zij met alle bevolkingsgroepen in de buurt goed overweg kan. ”Surinamers, Antillianen, Hindoestanen, Nederlanders: er komt hier van alles voor een visje aan. Dit is een multiculturele viskraam. Op die basis heb ik mijn vergunning ook gekregen.” Maar er is een verschil tussen de jongens die ze kent en de jongens die ze niet kent. ”De jongens die ik ken beschermen mij. Deze jongen ken ik niet.”
Een vrouw met een hond komt langslopen. Bea en Arie worden hartelijk begroet. Dan volgt het slechte nieuws: ”Hebben jullie het gehoord? De pizzeria is net overvallen. Vier gewapende jongens zijn er met de kassa vandoor gegaan. Ik hoor het zelf net.” Het is de tweede overval in een week tijd in het winkelcentrum. Bea schudt haar hoofd: ”En ik had nog zo gehoopt dat we het vandaag een beetje gezellig konden houden.” (PATRICK MEERSHOEK)
bron: Het Parool




