Archief voor juli, 2008

Ronald Plasterk is geen minister

Posted in politiek on juli 28, 2008 by gerbrandkranendonk

Tja, wie afgelopen avond in de eerste nieuwe aflevering van Zomergasten het gezellige gekeuvel aanschouwde van Bas Heijne – geen kwaad woord over Bas – met Ronald Plasterk, onze meest ongeloofwaardige politicus, die zat toch met een aantal vragen.

Tenminste, mensen die open staan voor wat er zich afspeelt in de wereld. Dus niet mensen met een gesloten wereldbeeld, mensen die zichzelf progressief of links noemen, maar zwijgen over de vrouwenonderdrukking en de schending van mensenrechten in eigen kring, als hen dat electoraal of strategisch goed uitkomt.

Ik zat dus met een aantal vragen.

Allereerst, natuurlijk deugt Ronald Plasterk: Een joodse achtergrond, gevlucht uit Duitsland, dan deug je per definitie. Intellectueel, zichzelf progressief noemend, bood hij zich niet aan als politicus. Welnee: Hij werd gevraagd. En hij deed dat uit een plichtsbesef richting de Nederlandse bevolking, omdat hij vond dat ieder mens zich maatschappelijk verantwoordelijk zou moeten tonen door politiek actief te zijn.

Dan komt mijn eerste vraag.

Moet ieder lid van de Nederlandse maatschappij dan ongevraagd minister worden? Welnee natuurlijk, dat is alleen voor wonderkinderen als de bijna nobelprijs winnaar Ronald Plasterk weggelegd. En welke politiek partij geldt als maatschappelijk verantwoord? Je zou bij een Ronald Plasterk, uitgaande op zijn liberale levenshouding en elitaire opvattingen, eerder denken aan de VVD. Maar nee, in Nederland deug je als intellectueel alleen als je lid wordt van, jawel, de PvdA. Anders wordt je natuurlijk ook niet zo snel gevraagd als minister. Oh pardon, dat doet Ronald Plasterk natuurlijk alleen omdat wij, bewoners van Nederland, dat van hem verlangen. Hij is uiteraard nooit lid geworden van de PvdA, omdat hij op die manier in de gemeenteraad van Leiden kon komen, of lid gebleven om minister te kunnen worden. Welnee, hij werd lid van de PvdA omdat de PvdA in die tijd Nederland uit de NAVO wilde doen laten stappen, tegen de vrije markteconomie was, omdat de PvdA voor de emancipatie van de vrouw was. Omdat de contributie van de PvdA in die tijd een percentage was van je inkomen. En hij bleef lid omdat hij een groot bewonderaar was van eerst Ad Melkert en later Wouter Bos. Hoe kleurloos kun je dan zijn.

De volgende vraag komt naar aanleiding van Ronalds bewondering voor mensen die recht door zee zijn, die het conflict durven aan te gaan, die standvastig zijn.

Die bewondering sluit heel goed aan bij de massale bewondering in Nederland voor een man als Pim Fortuyn, en nu voor een Geert Wilders. Zij weten waarover zij het hebben, werden echt gewenst door hun kiezers, maar worden niet gewaardeerd door hun collega-politici. Je zou toch denken dat de bewondering van Ronald Plasterk als echte wetenschapper niet gehinderd wordt door partijpolitieke opportunistische redenen. Maar verdomd, de uitzending van Zomergasten was één lange partijpolitieke propaganda voor het Grote Niets van de huidige PvdA.  Wel bewondering uitspreken voor een zangeres uit Ierland, of een relatief onbekende zigeunermuzikant, om hun persoonlijke keuzes en lijdensweg, maar waarom niet voor een politicus als Pim Fortuyn of een Geert Wilders?

 Uit de column van Bob Smalhout in de Telegraaf over het bezoek van Geert Wilders blijkt dat Geert Wilders in vele opzichten een evenknie is van Ronald Plasterk. Geert Wilders kijkt ook graag om zich heen, laat zich goed informeren. Je hoeft het inhoudelijk niet altijd eens te zijn met Geert Wilders, maar die man durft wel keuzes te maken. Geert Wilders is een politicus. En als je ergens tegen bent, maak je je kwetsbaar voor kritiek. Vandaar dat Ronald Plasterk wel zijn grenzeloze bewondering uitspreekt voor vergeten figuren, maar niet voor personen die een vooraanstaande rol spelen in het huidige maatschappelijke debat, mensen die hem dwingen zijn ware gezicht als politicus te tonen.

Zogenaamd is Ronald Plasterk een eenvoudige erudiete door het toeval gekozen minister. Maar in de praktijk is hij gewoon een columnist die nooit gevraagd had mogen worden minister te worden.

Ronald Plasterk is als politicus niet geloofwaardig. Hij vindt het normaal om in een kabinet te zitten, waar opvattingen lijnrecht tegenover elkaar staan, omdat hij graag debatteert. Maar een kabinet is geen debatclubje. Er moet politieke rekenschap afgelegd worden, Ronald. Het kabinet moet niet alleen positieve energie uitstralen, het kabinet moet keuzes durven te maken. De enige goede keuzes die dit kabinet maakt, zijn keuzes die al jaren in de lade lagen, of die voortkomen uit keuzes gemaakt door eerdere kabinetten.

Ronald Plasterk is een intelligente flierefluiter, die tussen alle politieke winden door heen waait. Precies zoals Wouter Bos. Hij schrijft nu zijn columns niet in de Volkskrant, maar voor zijn collega-ministers.

Eigenlijk is Ronald probleem niet dat hij minister is, maar wel zijn lidmaatschap van de PvdA. Iemand die zo lang lid is gebleven van de PvdA, geeft aan bereid te zijn met alle politieke winden mee te waaien en te beschikken over een grenzeloze loyaliteit aan de mensen van zijn club. Of iemand die zich graag aan de zijlijn van de echte politieke conflicten begeeft. De aflevering van zomergasten gaf niet de politicus Ronald Plasterk bloot, maar de columnist. Ronald Plasterk is geen politicus en zou dat ook nooit moeten  willen worden.

 

nieuwe wet voor inrichting Zuidoost

Posted in amsterdam politiek on juli 23, 2008 by gerbrandkranendonk

Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. Wim Mos schrijft daar ook iets leuks over op zijn weblog.

Waar het in wezen voor het stadsdeel Zuidoost om gaat, is dat het stadsdeel zijn bevoegdheden veel meer waar moet maken. Voor het gehele grondgebied moeten er actuele en digitaal te raadplegen bestemmingsplannen zijn opgesteld. Deze bestemmingsplannen worden verplicht in één landelijke digitale standaard opgesteld, zodat elke burger in geheel Nederland met één druk op de knop overal bij elke gemeente alle informatie kan vinden met betrekking tot een perceel, een huis, of en bouwwerk. Op dit moment hanteert de gemeente Amsterdam nog een eigen afwijkende digitale standaard, maar het is de bedoeling dat op 1 juli 2009 deze Amsterdamse standaard vervangen wordt door de landelijke standaard.

De nieuwe Wro maakt namelijk ook deel uit van een grote wetgevingsoperatie, waarin alle vergunning samengevoegd gaan worden, alle instanties (stadsdelen, centrale strad, waterschappen, recreatieschappen, provincie, rijksdiensten) moeten samenwerken om de burgers zo goed mogelijk te bedienen. Stadsdeel Zuidoost moet dus ook anders gaan werken.

De centrale stad is bezig om diverse verordeningen op te stellen, die verplicht gaan gelden voor alle stadsdelen. Ook verordeningen die voorheen door de stadsdelen zelf werden vastgesteld, en die onderling erg afweken: De Legesverordening bijvoorbeeld. Straks ook de Welstandsnota.

Iedere burger moet bij elke instantie terecht kunnen als hij plannen heeft om iets te bouwen bijvoorbeeld. Dus geen aparte kapvergunning, bouwvergunning, sloopvergunning, monumentenvergunning, aanlegvergunning, gebruiksvergunning, watervergunning (vanaf 2009), etcetera, maar overal één vergunning: De omgevingsvergunning genaamd.

Het is een wetgevingsproces dat al jaren geleden in gang is gezet, en dat uiteindelijk er toe zal leiden dat ongewenste en onnodige verschillen tussen gemeenten en stadsdelen verdwijnen, verschillen ten aanzien van de wijze waarop de burger behandeld wordt bij het aanvragen van een vergunning. Of bij het bouwen van, bijvoorbeeld, een dakkapel. Deze uniformering leidt er ook toe dat gemeenten en stadsdelen efficienter kunnen werken, de bediening van de burger centraal staat bij de vergunningverlening, minder regelgeving, minder lange procedures, en een betere informatievoorziening van de burger.

De voortvarende wijze waarop minister Cramer de nieuwe Wro door de Staten-Generaal wist te slepen, maakt ook duidelijk dat de noodzaak van deze wetgevingsoperatie zeer breed erkend wordt: van SP tot VVD.

Wat betekent dit nu concreet voor het stadsdeel Zuidoost? Het stadsdeel zal een structuurvisie moeten gaan opstellen, waarin ook verplicht aandacht moet worden besteed op welke wijze het stadsdeel denkt de doelstellingen, geformuleerd in de structuurvisie, denkt te kunnen gaan verwezenlijken. Dat wil zeggen: Zowel financieel als maatschappelijk. Dat kan bijvoorbeeld gaan om woningbouw aan de Gaasperplas. Als het stadsdeel dit wil, dan moet in de structuurvisie, en zeker in een bestemmingsplan of een projectbesluit, aangegeven worden op welke wijze de bevolking is geconsulteerd en hoe de grondexploitatiekosten verhaald worden op de ontwikkelaar.

Als het stadsdeel besluit om een projectbesluit te nemen, dan moet binnen een jaar een bestemmingsplan worden voorbereid voor het gebied waarvoor het projectbesluit is genomen. Zowel het projectbesluit als het bestemmingsplan moet voor overleg eerst langs de centrale stad, de provincie en alle andere betrokken instanties. Zowel de provincie als de minister kan een aanwijzing geven om iets tegen te houden, wat het bestemmingsplan of projectbesluit beoogt te verwezenlijken. De centrale stad heeft aangekondigd in uiterste noodgevallen, op grond van de Verordening op de stadsdelen, een projectbesluit of een bestemmingsplan, dat in strijd is met kernpunten van beleid van de centrale stad, te vernietigen.

Kortom, de bouw van Ballorig was onder de nieuwe Wro verhinderd door de centrale stad.  De heer Wim Mos zegt dat u op OZO moet stemmen, als u wilt weten waar u aan toe bent.

Ik zou zeggen:

Verdiept u zich in de kernpunten van beleid van de centrale stad, en schiet de vertegenwoordigers van D66 in de gemeenteraad aan: Ivar Manuel en Petra Hoogerwerf als u meent dat het stadsdeel onrecht wordt aangedaan, door een projectbesluit of bestemmingsplan van de deelraad van Zuidoost. Dat biedt namelijk veel meer kans op succes!

U kunt ook contact opnemen met één van onze drie duo-raadsleden: Jan Paternotte, Hans Korff of Marcia Appels.

Imanuel@raad.amsterdam.nl

phoogerwerf@raad.amsterdam.nl

j.paternotte@raad.amsterdam.nl

hkorff@raad.amsterdam.nl

mappels@raad.amsterdam.nl

brandveiligheid in Zuidoost niet gewaarborgd

Posted in amsterdam politiek on juli 19, 2008 by gerbrandkranendonk

Brandveiligheid.

 

Er zijn drie fases in het toezicht op en het beheersen van de brandveiligheid:

  1. De preventieve
  2. de toezichthoudende
  3. de brandbestrijding

 

De preventie is neergelegd bij de gemeente en het stadsdeel. Ook de toezichthoudende taak ligt bij het stadsdeel. Door middel van het verstrekken van gebruiksvergunningen stelt het stadsdeel regels bij de bouw en het gebruik van gebouwen. Alleen bij complexe zaken geeft de brandweer nog een verplicht advies. Het stadsdeel moet dus zelf toezicht houden op goede brandveiligheidpreventie.

 

In de gebruiksvergunning is bijvoorbeeld vastgelegd dat er een brandalarminstallatie aanwezig moet zijn, dat er bluswatervoorzieningen aanwezig moeten zijn, dat er sprake is van brandcompartimentering (goed gescheiden ruimtes zodat de brand en rookontwikkeling niet gemakkelijk kan doorslaan) en nooduitgangen niet geblokkeerd zijn. Toezicht op de naleving van de bepalingen in de gebruiksvergunning oefent het stadsdeel uit. Dit gebeurt door de bouwinspecteur of, als het stadsdeel dit heeft uitbesteed, door de medewerker brandpreventie van de brandweer, thans onderdeel uitmakende van het veiligheidsregiokorps Amsterdam-Amstelland.

 

De derde fase is en blijft uiteraard een verantwoordelijkheid van de brandweer. Straks bij de instelling van 25 veiligheidsregio’s in Nederland bestaat de gemeentelijke brandweer niet meer, en gelden er landelijke eisen waar de brandweer aan moet voldoen. Toezicht hierop wordt ook nu al uitgeoefend door de inspectie Openbare Orde en Veiligheid (IOOV), onderdeel van het ministerie van binnenlandse zaken. Deze inspectie controleert of de brandweer voldoet aan de landelijk geldende kwaliteitseisen.

 

Dus wie is er verantwoordelijk voor het aanwezig zijn van genoeg functionerende bluswatervoorzieningen?

 

Dat is de gemeente/ het stadsdeel, omdat de gemeente/het stadsdeel verantwoordelijk is voor een goed functionerende brandweer. Om branden te kunnen blussen, moet de brandweer beschikken over een bluswatervoorziening. De primaire bluswatervoorzieningen worden aangelegd door Waternet, in opdracht van de gemeente/het stadsdeel. Deze verantwoordelijkheid neergelegd in artikel 1 van  de Brandweerwet. Hierop is de Verordening Brandveiligheid en Hulpverlening gebaseerd, die in artikel 10 de aanwezigheid en aanleg van goed functionerende bluswatervoorzieningen verplicht stelt. Dit is dus regelgeving van de gemeenteraad/stadsdeelraad, waarop de gemeenteraadsleden/stadsdeelraadleden hun bestuurders moeten controleren.

 

Verantwoordelijk portefeuillehouder brandveiligheid in Zuidoost is Elvira Sweet. Zij is als stadsdeelvoorzitster de vooruitgeschoven pion van Job Cohen, die voorzitter is van het bestuur van de veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. Het bestuur van deze regio bestaat uit de burgemeesters van de volgende 6 gemeenten: Amsterdam, Amstelveen, Uithoorn, Aalsmeer, Diemen, Ouderamstel.

 

Verantwoordelijk portefeuillehouder voor de toezicht op de brandveiligheid is de portefeuillehouder die gaat over de gebruiksvergunningen: Els Verdonk.

 

Wat uit de casus van de uitgebrande school blijkt, is naar mijn mening het volgende:

 

  1. Er hadden nooit dichte rolluiken aangebracht mogen worden bij de basisschool. Dit belemmert de brandbestrijding dermate, dat er met de aanwezigheid van deze rolluiken nooit een gebruiksvergunning had mogen worden afgegeven. Verantwoordelijk portefeuillehouder: Els Verdonk.
  2. De bluswatervoorzieningen functioneerden niet. Hierop wordt onvoldoende gecontroleerd. Dit is de verantwoordelijkheid van Elvira Sweet: Artikel 10 Verordening Brandveiligheid en Hulpverlening.
  3. Als er geen goed werkende bluswatervoorzieningen in de buurt waren, had de gebruiksvergunning nooit mogen worden afgegeven. Verantwoordelijk portefeuillehouder: Els Verdonk.

 

En het stichtingsbestuur van de schoolstichting, die een gebruiksvergunning heeft, dient aan de bel te trekken als de bluswatervoorzieningen niet voldoen. Dit had bijvoorbeeld aan de orde kunnen komen bij de jaarlijkse ontruimingsoefening.

 

De brandweer had het stadsdeel behoren te informeren, indien zij wetenschap had van het niet goed functioneren van de bluswatervoorzieningen. De verantwoordelijkheid voor de controle ligt echter bij het stadsdeel.

 

Conclusie: Een leuk punt voor de eerstvolgende deelraadsvergadering.

 

En burgers van Zuidoost: Reken er niet op dat het stadsdeel haar verantwoordelijkheid neemt, als het gaat om voldoende en goed functionerende bluswatervoorzieningen.

 

 

 

848 (mede-)bestuurders, 20.000 ambtenaren

Posted in amsterdam politiek on juli 18, 2008 by gerbrandkranendonk

Wat is dat toch, dat in Amsterdam een bestuur zetelt van in totaal 58 vrouwen en mannen  (burgemeester, wethouders, dagelijks bestuurders), een gemeenteraad zetelt van in totaal 371 (sinds 2006) gemeente- en deelraadsleden, 204 duo-raadsleden, dat in Amsterdam 15 gemeente- en stadsdeelsecretarissen werkzaam zijn, Amsterdam opgedeeld is in 14 stadsdelen exclusief Westpoort, Amsterdam meer dan 50 gemeentelijke diensten en bedrijven heeft, voor de gemeente meer dan 200 managers en ongeveer 20.000 ambtenaren werkzaam zijn?

 

Wat is het resultaat van al dat knipwerk? Versnippering van talent, voortdurend overleg, ongelooflijk veel vergaderingen. 848 mensen die met zijn allen aan een beperkt aantal knoppen zitten te draaien. De ene draait een knop linksom, de ander draait dezelfde knop even later of even verderop rechtsom.

 

Kan het anders?

 

Jawel, als je zaken die in alle stadsdelen op dezelfde manier gedaan moeten worden voortaan centraal regelt en coördineert. De wijze van legesheffing, het opstellen van bestemmingsplannen, één centraal digitaal systeem voor het aanvragen van een bouwvergunning, één centraal systeem voor het aanvragen van subsidies, één systeem voor het opstelen van de begroting en jaarrekening, één centraal uitgezet post- en registratiesysteem voor alle stadsdelen, één systeem voor de controle op brandveiligheid, kortom: duidelijkheid voor de Amsterdamse burgers. Weten waar je aan toe bent.

 

Dan is er vanzelf minder behoefte aan managers, dan kunnen stadsdelen zich richten op de behartiging van de taken waarvoor zij eigenlijk opgericht zijn: De vertegenwoordiging van de bewoners van de stadsdelen. In plaats van dat stadsdelen zich gedragen als een aparte gemeente, die allemaal aparte stadsdeelregels in het leven roept waar burgers helemaal niet op zitten te wachten.

 

‘Zwart gat’ is racistisch

Posted in amsterdam politiek on juli 11, 2008 by gerbrandkranendonk

 

Een zwart gat is het overblijfsel van een ontplofte ster in het heelal. De zwaartekracht is ter plaatse zo sterk, dat alles in de buurt er in wordt gezogen, zelfs licht.

 

Deze kennis is nog niet doorgedrongen tot John Wiley Price, een zwarte lokale politicus in de stad Dallas, Verenigde Staten. Want wat gebeurt er? Een andere politicus in de gemeenteraad van Dallas, zeg maar de lokale Henk de Boer, noemde de lokale belastingdienst “een zwart gat” omdat er van alles fout gaat en er geld verdwijnt. Het zou zo maar over de subsidiecultuur in Zuidoost kunnen gaan, omdat er in Zuidoost sinds het conflict met de rekenkamer er geen sprake meer is van onafhankelijke deskundige eindcontrole van de juiste besteding van subsidiegeld. Maar dit even terzijde.

Price, het gemeenteraadslid uit Dallas, ziet de term “het zwarte gat” niet als een metafoor, maar als een racistische opmerking. Hij eist nu excuses van zijn collega-raadslid. Price is het zat dat “zwart” altijd met foute  dingen wordt geassocieerd: ‘Als je het zwarte schaap van de familie bent, ben je slecht. “Wit schaap” en je bent OK, weet je?’ (Het is alsof ik Nick Bolte hoor praten, u ook niet?)

Zelfs FOX news lijkt politiek correct te willen zijn in deze kwestie. De nieuwszender stelt voor om de terminologie van de beroemde astronoom Stephen Hawking te gebruiken. Die heeft het niet over een “zwart gat” maar over een “singulariteit”. En ja hoor: daar komt dan weer Wouter Gortzak, de meester van de metafoor, de hoek om kijken. Het zou zomaar Wouter Gortzak kunnen zijn die, vanaf de zijlijn, dit voorstel oppert. Iedereen weer blij in die grote PvdA-familie waarvan blijkbaar niet alleen in New-York maar ook in de binnenlanden van de USA vertakkingen aanwezig zijn…..

 

  

ps: Excuses aan alle personen met veel pigment in hun huid voor het gebruik van zwarte letters bij het schrijven van deze weblog…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

de vrijheid om te uiten

Posted in gewoon een mening, politiek on juli 9, 2008 by gerbrandkranendonk

In de uitspraak naar aanleiding van de aanhouding van demonstranten bij het standbeeld van Anton de Kom geeft de rechtbank een interessante beschouwing ten aanzien van de bescherming van de vrijheid van meningsuiting.

 De casus is als volgt: De politie meent dat de boel gaat escaleren, omdat tegenstanders van betogers dreigen in te grijpen. In plaats van de tegenstanders van de betogers aan te pakken, besluit de politie de betogers aan te pakken. Dit komt overeen met de arrestatie van bijvoorbeeld Gregorius Nekschot: Niet degenen die deze tekenaar bedreigen worden aangepakt, niet de moslims met lange tenen, maar de tekenaar zelf met het dringende verzoek “not to offend anymore”.

De Rechtbank maakt korte metten met dit standpunt. De rechtbank overweegt bijvoorbeeld dat niet zozeer de persoon die de mening uit beschermd moet worden, als wel de uiting zelf, het uiten van je mening. Dit op basis van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. En als de persoon die de mening uit al in gevaar wordt gebracht doordat anderen hem die meningsuiting willen beletten, dan moeten die bedreigers worden aangepakt. Kortom: Niet Geert Wilders en Gregorius Nekschot en HoeiBoei (en…???) moeten worden aangepakt, maar hun bedreigers.

Daarbij wil ik ook vermelden, dat in dit geval de Europese verdragen de bescherming bieden die de Nederlandse CDA-minister van Justitie dreigt in te perken: De Vrijheid van Meningsuiting.  

Tenslotte, voordat ik de interessante gedachtegang van de Rechtbank integraal laat volgen, wil ik opmerken dat uit de vorige post blijkt dat zowel de politie als het openbaar ministerie niet goed op de hoogte zijn op grond van welke beginselen de vrijheid van meningsuiting al dan niet beschermd zou moeten worden. De vrijspraak getuigt van de zoveelste uiting van onkunde van de Nederlandse ambtenarij, belast met het verdedigen van de openbare orde en de rechtstaat. De Officier van Justitie staat voor de rechtbank en moet ter plekke (tijdens de zitting) bekennen dat hij verdachte aanklaagt zonder enige juridische rechtsgrond!!! Het is toch godgeklaagd in dit land. Zou deze onachtzaamheid ten aanzien van het betrachten van juridische zorgvuldigheid bij het beperken van de vrijheid van meningsuiting nog voortspruiten uit het gemak waarmee tegenstanders van de Europese Unie destijds bij de top in Amsterdam opgepakt werden? Ik vrees dat het meer te maken heeft met een algehele onkunde, gebrek aan inzicht en het ontbreken van morele opvattingen bij de nieuwe generatie juristen. Iets wat ik al merkte tijdens mijn studie aan de Universiteit Maastricht. Het moet mij van het hart dat dit mij grote zorgen baart, meer dan de verharding van het publieke discours.

 

Overweging ten overvloede van de Rechtbank:

De rechtbank acht het, ondanks bovengenoemde vrijspraak, van belang de onderhavige zaak mede in het licht van de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) inzake de vrijheid van meningsuiting te bezien. Artikel 10 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) beschermt de vrijheid van meningsuiting. Het EHRM heeft een uitvoerige jurisprudentie ontwikkeld met betrekking tot de verschillende aspecten van artikel 10 EVRM. Het EHRM heeft daarin keer op keer benadrukt dat de vrijheid van meningsuiting een van de meest essentiële fundamenten van de democratische rechtstaat vormt en tevens een voorwaarde voor haar ontwikkeling als geheel en voor de ontwikkeling van de individuen binnen die rechtstaat.

Het recht op vrije meningsuiting, zoals neergelegd in het eerste lid van artikel 10 EVRM, kan ingevolge het tweede lid van dat artikel worden onderworpen aan beperkingen die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van onder meer het voorkomen van wanordelijkheden. Artikel 10 EVRM beschermt niet alleen uitingen die aangenaam of onschuldig zijn, maar ook uitingen die “offend, shock or disturb”. Artikel 10, eerste lid EVRM laat daarbij weinig ruimte voor beperkingen van het recht op vrije meningsuiting ten aanzien van politieke uitlatingen of uitlatingen die het publiek belang raken.

Voor de duidelijkheid overweegt de rechtbank dat de nu volgende toetsing uit gaat van het hypothetische geval dat de vordering (wel) krachtens wettelijk voorschrift zou zijn gedaan. In de eerste plaats dient de beperking van het recht op vrije meningsuiting te zijn voorzien bij wet. In het onderhavige geval kan de wettelijke basis worden gevonden in artikel 184 Sr. Daarnaast moet de beperking een van de in het tweede lid van artikel 10 EVRM opgenomen doelen dienen. In dit geval is de vordering gedaan ter voorkoming van wanordelijkheden, zodat ook aan deze voorwaarde van artikel 10, tweede lid EVRM is voldaan. Dat betekent dat de vraag moet worden beantwoord of de inbreuk op de vrijheid van meningsuiting noodzakelijk is in een democratische samenleving.

Bij de beantwoording van de vraag of een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting noodzakelijk is in een democratische samenleving, is met name van belang of een dringende maatschappelijke noodzaak (pressing social need) bestaat het recht van vrije meningsuiting te beperken en of een dergelijke beperking proportioneel is ten aanzien van het doel dat daarmee wordt beoogd. Ten slotte is van belang dat de staat in kwestie kan aantonen dat de inbreuk relevant en voldoende is. Bij de beoordeling van de vraag of een maatschappelijke noodzaak als voornoemd bestaat, wordt aan de staat een bepaalde beoordelingsvrijheid (margin of appreciation) gegeven. Het hangt sterk af van de omstandigheden van het geval welke mate van beoordelingsruimte aan de staat in kwestie wordt gelaten. De rechtbank acht in dat kader de volgende omstandigheden van belang.

De verbalisant [politieambtenaar 1] heeft ter terechtzitting verklaard dat hij verdachte heeft gevorderd te stoppen met zijn activiteiten om te voorkomen dat de situatie zou escaleren. [politieambtenaar 1] heeft verklaard dat diverse bezoekers van het festival hem die bewuste middag op het volgens hen hinderlijke gedrag van verdachte hebben aangesproken. [politieambtenaar 1] heeft tevens verklaard dat een aantal mensen dreigde zelf iets aan de situatie te doen als hij, [politieambtenaar 1], niet zou ingrijpen. Deze verklaring van [politieambtenaar 1] wordt niet ondersteund door enig ander bewijsmiddel in het dossier en evenmin door de verklaringen die de getuigen [getuige1], [getuige2] en [politieambtenaar 2] ter terechtzitting hebben afgelegd.

De tegenstrijdigheid van de verklaringen op dit punt daargelaten, rijst naar het oordeel van de rechtbank nog steeds de vraag of het preventief ingrijpen van [politieambtenaar 1], door verdachte te vorderen zijn activiteiten te staken, in dit geval gerechtvaardigd was in het licht van artikel 10 EVRM. De bescherming die artikel 10 biedt, wordt vooral zichtbaar wanneer de vrijheid van meningsuiting dreigt te worden beperkt. In het geval waarin mensen dreigen een persoon die provocerende uitlatingen doet aan te pakken, dient juist die persoon tegen die dreiging te worden beschermd. Het is dus niet het recht van verdachte vrij zijn mening te kunnen uiten dat moet worden beperkt met het kennelijke doel wanordelijkheden te voorkomen.

Artikel 10 EVRM is bedoeld om ook de uiting te beschermen en niet alleen de persoon die een uiting doet. Het zou daarom eerder in de rede hebben gelegen de personen die dreigden verdachte aan te pakken, in het kader van het voorkomen van wanordelijkheden op hun gedrag aan te spreken.

De inbreuk op het recht van vrije meningsuiting in de vorm van de aanhouding van verdachte is niet noodzakelijk in een democratische samenleving, nu deze op een onjuiste interpretatie van artikel 10, tweede lid EVRM berust.

Betoging Anton de kom, uitspraak: vrijspraak

Posted in amsterdam politiek on juli 9, 2008 by gerbrandkranendonk

Verdachte was op 9 september 2006 – tijdens het festival ‘Dag van 1000 culturen’ – met een aantal andere mensen een betoging aan het voeren tegen het standbeeld van Anton de Kom, dat zich op voornoemd plein bevindt. Verdachte en zijn medebetogers deelden flyers en pamfletten uit. Tevens had verdachte borden bij zich waarop verschillende leuzen te lezen waren.

 

De rechtbank acht – evenals de officier van justitie en de raadsman – het telastegelegde niet bewezen. Verdachte dient daarvan te worden vrijgesproken. De rechtbank heeft hiertoe als volgt overwogen.

 

3.1 Beoordeling in het licht van artikel 184 Wetboek van Strafrecht (Sr)

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.
Op 9 september 2006 was verdachte aanwezig op het Anton de Komplein in Amsterdam Zuidoost. Op het plein was een festival gaande met de naam ‘Dag van 1000 culturen’. Verdachte was die dag met een aantal andere mensen een betoging aan het voeren tegen het standbeeld van Anton de Kom, dat zich op voornoemd plein bevindt. Verdachte en zijn medebetogers deelden flyers en pamfletten uit. Tevens had verdachte borden bij zich waarop verschillende leuzen te lezen waren. De verbalisanten [politieambtenaar 1] en [politieambtenaar 2] waren die dag in verband met het grote aantal bezoekers met surveillance op het plein belast. Zij werden aangesproken door verschillende personen uit het aanwezige publiek die zeiden dat zij zich door de teksten op de pamfletten, flyers en borden van verdachte geprovoceerd voelden. Hierop gingen verbalisanten naar verdachte toe en verzochten hem met zijn activiteiten te stoppen. Verbalisant [politieambtenaar 1] raakte met verdachte in discussie en op een zeker moment vorderde hij van verdachte dat hij zijn activiteiten zou staken. Verdachte gaf aan deze vordering geen gehoor en werd daarop aangehouden.

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat in onderhavige zaak geen sprake is van een bevel of vordering ‘krachtens enig wettelijk voorschrift gedaan’. De rechtbank verwijst hiervoor naar het arrest van de Hoge Raad van 29 januari 2008 (LJN: BB4108; NJ 2008, 206). De Hoge Raad overwoog onder andere:

“Het oordeel van het Hof dat de onderhavige vordering kan worden gebaseerd op art. 2 Politiewet 1993 getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Art. 184, eerste lid Sr eist een ‘krachtens wettelijk voorschrift’ gedane vordering. Een dergelijk voorschrift moet uitdrukkelijk inhouden dat de betrokken ambtenaar gerechtigd is tot het doen van een vordering. Art. 2 Politiewet 1993 bevat een algemene taakomschrijving voor de politie en kan niet worden aangemerkt als een wettelijk voorschrift op basis waarvan vorderingen of bevelen kunnen worden gegeven waaraan op straffe van overtreding van art. 184, eerste lid Sr moet worden voldaan. Daarbij verdient echter opmerking dat art. 2 Politiewet 1993 wel als een wettelijk voorschrift kan worden aangemerkt ter uitvoering waarvan de in art. 184 Sr bedoelde ambtenaren handelingen kunnen ondernemen waarvan het beletten, belemmeren, of verijdelen overtreding van art. 184, eerste lid Sr kan opleveren”.

In onderhavige zaak ontbreekt eveneens een wettelijke basis die als grondslag kan dienen voor de vordering aan verdachte te stoppen met flyeren en het uitdelen van pamfletten. Op grond van voornoemd arrest van de Hoge Raad kan artikel 2 Politiewet 1993 niet als wettelijk voorschrift worden aangemerkt waaraan moet worden voldaan op straffe van overtreding van 184 Sr. Verdachte was niet verplicht aan de vordering van de verbalisant [politieambtenaar 1] gehoor te geven, zodat hij van het telastegelegde dient te worden vrijgesproken. Dat brengt mee dat hij tevens recht heeft op teruggave van hetgeen onder hem in beslag is genomen. Ten slotte overweegt de rechtbank dat, nu zij het standpunt van de officier van justitie volgt, het betoog van de raadsman geen nadere bespreking behoeft.

 

 

4. Beslissing

Verklaart het telastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Gelast de teruggave aan verdachte van: de inbeslaggenomen flyers, pamfletten en borden aan verdachte.

Nu de inbeslaggenomen goederen inmiddels zijn vernietigd, acht de rechtbank het verzoek van de raadsman de waarde van deze goederen in geld aan verdachte terug te geven niet onredelijk. De rechtbank schat het terug te geven bedrag op € 500,- (vijfhonderd euro).

 

 

 

Wouter Gortzak over Amsterdam Zuidoost

Posted in amsterdam politiek on juli 8, 2008 by gerbrandkranendonk

Wouter Gortzak

Ze moeten zich bij de PvdA in Amsterdam Zuidoost rot geschrokken zijn toen Wouter Gortzak in de jaren negentig de politiek in Amsterdam Zuidoost naar zich toetrok en zich profileerde als een intellectueel. Het woord ‘intellectueel’ heeft in Amsterdam Zuidoost nu eenmaal geen goede pers.

Er zijn twee manieren waarop journalisten in den vreemde om zich heen kijken. De eerste is die van een mateloze bewondering die zich laat overdonderen door alles wat ze op haar weg vindt. Die Heleen Mees-methode levert gewoonlijk slechts misleidende clichés en nooit een interessant boek op. De andere manier zoekt het in de bevreemding. Ze kijkt verbijsterd om zich heen en vraagt zich elke dag af hoe de samenleving waarin ze terechtgekomen is kan bestaan – ja zelfs voortbestaan. Het beste voorbeeld daarvan vond ik ooit in het boek The Russians van Hedrick Smith, ooit correspondent voor The New York Times in Moskou. Ik las het tegen het eind van de jaren zeventig en inderdaad zou het sovjetrijk het daarna niet lang meer maken.

De benaderingswijze van Wouter Gortzak in zijn beschrijving van de politieke gang van zaken in Amsterdam Zuidoost kenmerkt zich door eenzelfde soort hoofdschuddende vertedering. Gortzak, die op de website www.amsterdam.pvda.nl wekelijks de staf breekt over de politieke bokkensprongen van de PvdA in Amsterdam Zuidoost, lijkt maar niet te begrijpen hoe de Surinamers zich zo in de luren hebben kunnen laten leggen. Schaapachtig laten ze zich bijna dagelijks koeioneren door politiek correcte en risico mijdende regels die het leven van iedere smaak en spontaniteit ontdoen. Gemopper ligt dan al snel op de loer, maar Wouter Gortzak redt zich daaruit met een genegenheid die zichzelf steeds weer opnieuw moed moet inspreken. Daar komen misschien wel de mooiste liefdes uit voort.

Die geldt vooral het onverstoorbare pragmatisme waarmee de Surinaamse en Ghaneze nieuwkomers in Amsterdam Zuidoost de obstakels van het leven en de geschiedenis onderkoeld het hoofd bieden.

 Of bood. Want het Amsterdam Zuidoost van Wouter Gortzak na de Bijlmervernieuwing is een mengsel geworden van Belgisch surrealisme, orwelliaanse paranoia en kafkaëske wet- en regelbeklemming, die de freeborn inwoner van Amsterdam Zuidoost tot een wrange herinnering maakt uit een ver verleden. Stemmen van denkers die op een verstandige manier redeneren en toch iets te melden hebben dat ook buiten de colleges als interessant geldt, worden in Amsterdam Zuidoost nauwelijks gehoord, aldus Wouter Gortzak.
Wellicht pakt juist hier de allergie van Amsterdam Zuidoost voor intellectualiteit averechts uit. Zo onaangedaan als het stadsdeel de grootspraak van de twintigste-eeuwse ideologieën van zich liet afglijden, zo weerloos staat het nu tegenover een intelligente ideologie als die van de PvdA. Tegen de berichten en plannen die deze bijna dagelijks uitvaardigt kan het gezond verstand immers niet zo veel inbrengen. Natuurlijk moet de diversiteit van het stadsdeel multicultureel worden gehonoreerd.
Het is alleen het geheel van al die berichten dat de politieke en bestuurlijke morele woestenij schept die door Wouter Gortzak wordt aangeklaagd en waarin het gezonde verstand uitmondt in absurditeit. Dat is, in de sterkste betekenis van het woord, tragisch – maar juist voor die categorie heeft de nuchterheid van de Bijlmervernieuwing nooit veel gevoel gehad. En dus kon ze erdoor in de rug worden overvallen, zonder dat ze wist wat haar overkwam. De Bijlmervernieuwing bevatte een allergie voor ieder spoor van metafysica en juist dat maakte de Bijlmervernieuwing blind voor de wat ooit de sterkte was van de Bijlmer: de zwarte economie, de anarchie, de interculturele ontmoeting en de vrijheid blijheid die de Bijlmer ooit kenmerkte en die kunstenaars aantrok. De blinde navelstaarderij op de fysieke vernieuwing liet sommige uitwassen van de zwarte economie bestaan, maar bood aan projectontwikkelaars de gelegenheid om korte metten te maken met de oude Bijlmer. Van de praktische zin van de Bijlmervernieuwing rest alleen nog de kortzichtigheid.

Wouter Gortzak ziet het gebeuren en beschrijft de gang van zaken nauwkeurig zoals we van hem gewend zijn.