Besturen in Zuidoost is nooit gemakkelijk geweest. Er bestaan smakelijke anekdotes over de jaren zeventig, toen gemeentebestuurders periodiek afzakten naar de Bijlmermeer voor overleg met de machtige Surinaamse welzijnsorganisaties. Ter plaatse werden de bestuurders en hun ambtenaren steevast opgewacht door een erehaag van woedende mannen en vrouwen die het bezoek ontvingen met spandoeken, verwensingen en bedreigingen. De leiding van het welzijnswerk loodste de geschrokken burgemeester of wethouder veilig door de menigte naar binnen, schonk een kalmerende kop koffie in en legde uit dat het de grootst mogelijk moeite kostte om de opgekropte spanningen binnen de gemeenschap onder controle te houden. De onderhandelingen over de hoogte van het nieuwe subsidiebedrag duurden in die jaren nooit lang.
Instrumentele woede is traditioneel een machtig wapen in Zuidoost, waar nu tachtigduizend mensen met honderddertig verschillende nationaliteiten op een kluitje samenleven. Vanaf de oprichting van het stadsdeel, in 1987, hebben de drie grootste migrantengroepen Surinamers, Antillianen en Ghanezen in toenemende mate actief deelgenomen aan het bestuur, maar ook voortdurend van buitenaf druk uitgeoefend op dat bestuur om de voorzieningen voor de groep veilig te stellen.
Dat gebeurt geregeld op onorthodoxe wijze, zegt Jaap Ruijgers, van 1987 tot 1993 namens de PvdA de eerste stadsdeelvoorzitter van Zuidoost. “Bestuurders krijgen overal te maken met emotie, maar in Zuidoost is de emotie vaak anders dan je gewend bent. Het is allemaal veel expressiever en heftiger. Zonder antenne voor culturele verschillen red je het er niet. En het is in het algemeen verstandig om niet te snel te schrikken van luidruchtig protest.”
Dat de zeeën nog steeds hoog kunnen gaan, blijkt uit alle opschudding over het afblazen van het Kwakoe Festival. De pogingen van het stadsdeelbestuur het kwakkelende zomerfestival uit het slop te trekken, hebben geleid tot hoogspanning binnen de harde kern van de afro-Surinaamse gemeenschap, en daardoor ook in de politiek. Het gaat er weinig fijnzinnig aan toe: via de lokale media wordt een vuile oorlog gevoerd tegen de mensen achter de plannen voor de professionalisering van Kwakoe. Kwartiermaker Paul Stiekema werd neergezet als een racist, de ingehuurde projectleider Fay ten Berge als een zakkenvuller (omdat zij omgerekend honderd euro bruto per uur verdient) en stadsdeelvoorzitter Marcel La Rose, in de jaren tachtig één van de drijvende krachten achter het festival, als de man die het afro-Surinaamse erfgoed verkwanselt.
Het zijn beschuldigingen waartegen men zich maar moeilijk kan verdedigen, zeker als de beeldvorming zich onweersproken verspreidt via het snelste nieuwsmedium van Zuidoost: de mofo koranti, de boodschap van mond tot mond. Verder spelen de lokale radiostations een grote rol in de opinievorming. “Zuidoost kent communicatiekanalen die zich volledig aan de zichtbaarheid onttrekken en toch een enorme invloed hebben op het denken en doen, en dus ook op het bestuur,” zegt Ruijgers. “Als bestuurder heb je daar maar rekening mee te houden.”
De oud-stadsdeelvoorzitter wijst erop dat het wapen van de karaktermoord niet alleen in Zuidoost wordt gehanteerd. “Kijk eens wat er in de binnenstad is gebeurd met Anne-Lize van der Stoel en Els Iping. Kritiek op hun beleid vermengde zich ook voortdurend met harde aanvallen op hun persoon.”
Caribisch? Nee, zo wil Mark van der Horst, bestuurder in Zuidoost van 1998 tot 2002, de Bijlmer politiek niet noemen. “Er is eerder sprake van een eilandcultuur. Het is een relatief kleine gemeenschap. De groep mensen die er de dienst uitmaken, is niet groot en ze kennen elkaar door en door. Dat leidt tot informele mechanismen, zoals je die ook in Limburg wel tegenkomt, waar de aannemer en de wethouder Openbare Werken zaken doen op het voetbalveld. In de rest van de stad gaat het er veel formeler en anoniemer aan toe.”
Daar bovenop, zegt Van der Horst, komt dan nog een culturele component. “De neiging tot streng Hollands calvinisme kom je in Zuidoost minder tegen. En je hebt er de beruchte krabbenmentaliteit: mensen die wat presteren of succes dreigen te krijgen, kunnen rekenen op tegenstand. Naast alle warmte en hartelijkheid zijn er ook veel jaloezie en afgunst.”
Van der Horst zegt plezierige jaren in Zuidoost te hebben beleefd. “Ik had het voordeel dat ik van buiten kwam. Ik kende niemand in het stadsdeel en droeg geen netwerk van oude vrienden en vijanden met mij mee. Met stadsdeelvoorzitter Hannah Belliot kon ik het heel goed vinden. Zij heeft me wegwijs gemaakt.”
Van der Horst prees zich ook gelukkig met zijn lidmaatschap van de VVD. “Voor de PvdA is het veel lastiger opereren in dat krachtenveld. Daar concentreert zich vanouds de macht, dus daar valt ook het meeste te halen. Je ziet dat terug als de kieslijsten moeten worden opgesteld. Dan zie je coalities ontstaan. Er wordt door allerlei zelfbenoemde leiders geschermd met achterbannen, waarvan overigens lang niet altijd duidelijk is of ze wel bestaan en hoe groot ze zijn. Als je na de verkiezingen de uitslagen bekijkt, valt het aantal stemmen voor deze leiders nogal eens tegen.”
De ontwikkelingen rond het Kwakoe Festival heeft Van der Horst met belangstelling gevolgd. “Het festival wordt traditioneel door amateuristische rommelaars georganiseerd. Zolang ik het me kan herinneren, is er elk jaar wel gedoe geweest. De pogingen het te professionaliseren naar het voorbeeld van Pinkpop of Dance Valley waren niettemin tot mislukken gedoemd. Die Paul Stiekema lijkt me ontzettend deskundig, maar een deel van de afro-Surinaamse gemeenschap beschouwt hem als een blanke slavendrijver. Het afbreukrisico was daardoor van meet af aan ontzettend groot, ook omdat dezelfde tegenstanders zich het verdienend vermogen van Kwakoe niet laten afpakken.” Bij zijn vertrek uit Zuidoost werd Van der Horst geprezen als okay-witte. “Dat is in Zuidoost zo’n beetje het hoogst haalbare voor een blanke.”
Martien Kuitenbrouwer, stadsdeelvoorzitter in West en voorziiter van de Amsterdamse stadsdeelvoorzitters, beschouwt de strubbelingen rond Kwakoe als een symptoom voor de ontwikkeling van Zuidoost. “Ik ken de details onvoldoende om op de zaak zelf in te gaan, maar het valt me op dat Zuidoost vanouds erg in zichzelf gekeerd is en met zichzelf bezig. Het stadsdeel heeft lang gekampt met een slecht imago terwijl het nu juist goed gaat in veel opzichten. Het is de verdienste van Marcel La Rose dat hij de banden met de rest van de stad heeft aangehaald. Hij spant zich in voor de volwassenwording van het stadsdeel. In het overleg van stadsdeelvoorzitters wordt hij daarvoor zeer gewaardeerd. Hij maakt een verschil in de stad, daarom is het jammer dat sommige mensen in Zuidoost klaarblijkelijk grote moeite hebben met zijn koers.”
Copyright: Patrick Meershoek, Het Parool, 22 juli 2011